Ik pas niet in een hokje

Weer een gesprek en vele vragenlijsten. Ze wilden weten hoe ik in elkaar zit. Dus ik heb van alles ingevuld, verteld en uitgelegd. Omdat ik hoopte dat ze me zouden vertellen waar die storm in mijn hoofd vandaan komt. Waarom ik mij anders voel.

Na al die vragenlijst en gesprekken krijg je te horen: we kunnen je in geen enkel hokje plaatsen. We weten het eigenlijk ook niet.
Ik pas nergens in precies zoals ik al vermoedde, want daar loop ik al mijn hele leven tegen aan.

Geen enkel hokje klopt. Niet een beetje, en ook niet als we het passend maken. En op dat moment word je ergens neergezet. Alleen. Op een eiland, midden in een mistige zee waar niemand komt.

En geloof me: probeer dan maar eens hulp te krijgen.

De wereld is één grote rij nette hokjes. Iedereen loopt in de pas, iedereen weet waar ze horen. Maar als jij ergens in een grijs gebied op een eiland zit, dan is er opeens geen loket meer voor je. Dan krijg je van die standaardplannen. Dingen waar je verplicht aan moet meedoen. ‘Kom, we gaan dit zo doen,’ zeggen ze dan.

Maar bij mij werkt dat als gif. Die druk, die verplichting, al die strakke regeltjes… het voelt alsof ze je in een harnas willen proppen die veel te klein is. Ik krijg er geen adem door. Het duwt me alleen maar verder de diepte in.

De psychologie heeft daar dan weer moeilijke woorden voor. Als ze echt niet meer weten waar ze me moeten laten, dan duwen ze me in een hoekje dat ze NOS of NAO noemen. Dat is eigenlijk een mooi woord voor: we hebben geen idee, dus we schrijven het even op een los briefje.

Soms ben ik subklinisch of atypisch. Dat betekent zoiets als: je voelt je wel heel rot, maar onze liniaal is te kort om het te meten. Of ze praten over transdiagnostisch en neurodivergentie in de marge. Dan woon je blijkbaar ergens op een rots aan de rand van de wereld, heel ver weg van de grote weg.

Het klinkt allemaal heel slim op papier. Maar van binnen voelt het gewoon heel eenzaam. Het is de moeheid van altijd maar moeten uitleggen wie je bent, terwijl de woorden al lang op zijn.

Uit dat onderzoek bleek ook wel zwart op wit: Martijn past niet in kaders, een reguliere en dwingende aanpak werkt averechts. Maar weet je wat het rare is? Ik heb dat nog nooit van iemand echt gekregen.

Niemand heeft ooit tegen me gezegd: “Goh, we weten eigenlijk niet wat we met jou moeten. Maar we geven je de ruimte om dat te gaan uitzoeken. We gaan niet de standaard procedures lopen.”

Sterker nog, ze roepen dan vaak: “We doen bij iedereen een uniek traject hoor!” Maar ja… zelfs dat zogenaamd unieke traject is voor mij gewoon nog veel te standaard. Het blijft een mal, een opgelegde vorm.

Wat ik nodig heb – en wat ik zo ontzettend mis – is dat iemand gewoon zegt:

“Goh, we gaan samen kijken wat voor jou nodig is en laten we dan gewoon alles openhouden en gewoon kijken waar het heen gaat.”

Geen regels. Geen verplichtingen. Gewoon de ruimte om te ademen, om te zoeken zonder dat er een stopwatch meeloopt.

En ik weet zeker dat ik hier niet de enige in ben. Er zijn er meer die vallen buiten al die strakke lijntjes, die stikken in de goedbedoelde systemen. Wat we nodig hebben is geen beter hokje, maar een uitnodiging om samen het lege vel te tekenen. Gewoon open, blanco, en van daaruit zien we wel waar het heen gaat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *